
Er zijn twee types buitenbeugels.
1. Een kleine buitenbeugel naar de nek, die de kiezen en ook de bovenkaak naar achteren verplaatst.
2. Een hoogtrekkende ("pet") buitenbeugel die de kiezen en de bovenkaak naar achteren en iets omhoog trekt of die vastzit aan een losse beugel.
Doordat de buitenbeugel de grote kiezen naar achteren verplaatst, komt er meer ruimte voor de snijtanden, hoektanden en kleine kiezen. Meestal wordt de buitenbeugel 14 uur per dag gedragen. Als de grote kiezen in de boventandboog voldoende ver naar achter zijn verplaatst, wordt er meestal overgegaan op een blokjesbeugel. Meestal moet de buitenbeugel dan voor een beperkte periode nog s' nachts gedragen worden.
Tijdens het sporten, eten en tanden poetsen laat je de buitenbeugel uit.